De Reis
10.000 kilometer – 98 dagen – 13 liften
In een wereld waarin het voor haast iedere westerling mogelijk is zich naar elke willekeurige plek op de wereld te laten vliegen, wilde ik op zoek naar avontuur. Terug naar de wortels van het reizen, op pad zoals in jongensdromen, waarin reizen staat voor ontdekking, voor afzien en niet zeker weten of je ooit aan zal komen. Waar je een boot zal moeten vinden als jouw bestemming aan de overkant van de oceaan ligt en je lang op weg zal zijn. Want een bestemming aan de andere kant van de wereld ís ver.
Dat wilde ik doen; reizen als avontuur. Op weg naar een bestemming die sinds mijn elfde via de wonderlijke verhalen van een Surinaamse juf op de basisschool mijn jongensdromen binnen gekomen was. Ik wilde op weg naar Suriname, reizend over land en water, ik wilde avontuur.
Een auto had ik niet en een zeewaardige boot evenmin. Tweeëntwintig jaar en alles wat ik had waren mijn rugzak, gitaar en mijn duim. Ik heb zomaar een dag gekozen in september en ben op een tankstation gaan staan. Een vrouw vroeg waar ik heen wilde. ‘Naar Suriname’ was mijn antwoord. We moesten beiden lachen.

De Reis